CBNAT_PHB1.png
    De wet-Breyne van dichtbij bekeken

    Velen hebben al van de wet-Breyne of Woningbouwwet gehoord, maar slechts weinigen weten hoe de vork aan de steel zit. Nochtans is kennis van deze wet een must voor iedere bouwheer die in zee gaat met een sleutel-op-de-deurfirma.

    Er zijn wetten die bekender zijn dan de persoon naar wie ze genoemd zijn. Typisch voorbeeld daarvan is de wet-Breyne uit 1971. Deze draagt de naam van politicus Gustave Breyne, toenmalig minister van Huisvesting. Door toedoen van naamgenoot en huidig gouverneur van West-Vlaanderen, Paul Breyne (geen familie) onderging de wet een wijziging in 1993. Ze is in bouwmiddens evenwel een bekend begrip. Iedereen die gaat bouwen zou dan ook best op de hoogte zijn van de bepalingen van deze wet. Voornaamste bedoeling van de wet: de consument beschermen tegenover aannemers en woningbouwfirma’s. Hoewel elke aannemer of sleutel-op-de-deurfirma verplicht is de wet-Breyne na te leven, wordt er in de praktijk jammer genoeg nog vaak tegen deze wet gezondigd.

    De wet-Breyne is uitsluitend van toepassing bij afsluiting van een algemene aannemingsovereenkomst. Zij geldt niet wanneer de bouwwerken zijn opgesplitst in afzonderlijke loten. De wet biedt in eerste instantie bescherming op juridisch en administratief vlak. Verder bepaalt ze een aantal contractuele elementen en formaliteiten waar de aannemer of sleutel-op-de-deurfirma zich zeker aan moet houden.

    Belangrijkste items

    Het kan nooit kwaad om er de wet-Breyne in zijn geheel op na te slaan. Wij beperken ons tot de belangrijkste items van de wet.

    De wet houdt onder andere in dat aannemers en sleutel-op-de-deurbedrijven hun klanten degelijk moeten informeren. Zo moeten in de overeenkomst de totale prijs van het huis, de betalingsmodaliteiten, de uitvoeringstermijn, de vergoedingen in geval van vertraging, enz. vermeld staan.

    Verder mag er volgens de wet maar een voorschot van maximum 5 % van de woning gevraagd worden en mogen de betalingen in geen enkel geval de prijs van de al uitgevoerde werken overschrijden. De wet verplicht ook een voorlopige en een definitieve oplevering met minstens een jaar tussentijd. Ook hier gaan veel aannemers uit de bocht. De wet eist van de aannemer of de woningbouwfirma een naleving van de uitvoeringstermijn en de afgesproken prijs. Met andere woorden, als de aannemer zich daar niet aan houdt, kan je je dus op de wet-Breyne beroepen om hem op het matje te roepen.

    Bescherming

    De wet-Breyne betekent zeker een stap vooruit in de bescherming van de consument. Jammer genoeg wordt de wet niet altijd toegepast. Je kan het als teken aan de wand beschouwen dat bepaalde aannemers en woningbouwfirma's het Charter van de Woningbouwers hebben opgericht. Wie dit charter ondertekent, verbindt zich ertoe om de afgesproken prijs en uitvoeringstermijn na te leven en andere principes toe te passen die onderdeel vormen van de wet-Breyne. Met dat als belangrijkste criterium, kan je al raden dat het helemaal niet evident is dat aannemers en woningbouwfirma's conform de wet handelen.

    Waarborgregeling aannemers in het kader van de wet Breyne!